Ondernemen naast je baan: wanneer een BV interessant kan zijn
Veel mensen dromen ervan om ooit een eigen bedrijf te beginnen. De vrijheid om zelf beslissingen te nemen, eigen klanten te kiezen en iets op te bouwen waar je trots op bent spreekt enorm aan. Toch blijft het voor velen bij een idee. Een vaste baan biedt immers zekerheid: een stabiel inkomen, vaste lasten en een financiële basis waar je op kunt vertrouwen. Die zekerheid volledig loslaten kan daardoor een grote stap zijn. Tegelijkertijd groeit bij veel professionals de wens om iets voor zichzelf op te bouwen en meer regie te hebben over hun werk.
Steeds meer mensen kiezen daarom voor een tussenweg. In plaats van hun baan volledig op te zeggen, beginnen ze hun onderneming naast hun werk. Bijvoorbeeld door een dag per week minder te werken en die tijd te gebruiken om een bedrijf op te bouwen. Op die manier kun je ervaring opdoen, een klantenbestand ontwikkelen en ontdekken of ondernemerschap echt bij je past. Zo behoud je financiële stabiliteit, terwijl je tegelijkertijd bouwt aan iets dat mogelijk kan uitgroeien tot een volwaardig bedrijf.
Zodra je die stap overweegt, komt al snel een belangrijke vraag naar voren: welke juridische vorm past het beste bij je onderneming? Veel starters kiezen automatisch voor een eenmanszaak. Dat is begrijpelijk, want een eenmanszaak is eenvoudig op te richten en kent relatief weinig administratieve verplichtingen. Toch kan het in bepaalde situaties interessant zijn om ook naar een BV te kijken. Zeker wanneer je onderneming combineert met een baan, kan het fiscale plaatje soms anders uitpakken dan veel mensen verwachten.
Eenmanszaak en BV: twee verschillende systemen
Het belangrijkste verschil tussen een eenmanszaak en een BV zit in de manier waarop winst wordt belast en hoe de onderneming juridisch is georganiseerd. Bij een eenmanszaak zijn jij en je onderneming juridisch één en dezelfde persoon. De winst die je maakt wordt belast in box 1 van de inkomstenbelasting en opgeteld bij je overige inkomen, zoals salaris uit loondienst. Naarmate je inkomen stijgt, kan het belastingtarief oplopen tot het hoogste tarief in box 1. Hierdoor kan de belastingdruk relatief hoog worden wanneer je naast je onderneming ook een goed salaris ontvangt.
Ondernemers met een eenmanszaak kunnen gebruikmaken van verschillende fiscale faciliteiten die de belastingdruk verlagen. De bekendste zijn de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek. Daarnaast is er de MKB-winstvrijstelling: een regeling waarbij een percentage van de winst wordt vrijgesteld van belasting. Dit verlaagt de effectieve belastingdruk en maakt de eenmanszaak fiscaal aantrekkelijk, zeker in de beginfase. Een belangrijk voordeel is dat de MKB-winstvrijstelling altijd van toepassing is, ook wanneer niet aan het urencriterium wordt voldaan.
Voor de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek geldt echter wél een belangrijke voorwaarde: het urencriterium. Om hiervoor in aanmerking te komen moet je minimaal 1.225 uur per jaar aan je onderneming besteden. In de praktijk blijkt dit voor veel ondernemers een uitdaging, met name wanneer de onderneming naast een dienstverband wordt opgebouwd. Werk je bijvoorbeeld één dag per week aan je bedrijf, dan kom je doorgaans uit op circa 400 tot 500 uur per jaar en voldoe je dus niet aan deze eis.
Wanneer niet aan het urencriterium wordt voldaan, vervallen de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek. De MKB-winstvrijstelling blijft wel van toepassing, maar de resterende winst wordt volledig belast in box 1. Heb je daarnaast ook inkomen uit loondienst, dan kan (een groot deel van) deze winst in een hogere belastingschijf vallen. In dat geval kan het fiscaal interessant zijn om de ondernemingsstructuur te heroverwegen en bijvoorbeeld een BV-structuur te overwegen.
Het gebruikelijk loon en de parttimefactor
Bij een BV werkt het belastingstelsel anders. De onderneming is een zelfstandige rechtspersoon en de winst wordt eerst belast met vennootschapsbelasting. Pas wanneer winst wordt uitgekeerd aan de aandeelhouder, bijvoorbeeld via dividend, volgt er nog belasting in box 2. Hierdoor ontstaat een ander belastingmechanisme dan bij een eenmanszaak, waar de volledige winst direct in box 1 wordt belast.
Wanneer je als directeur en aandeelhouder werkzaamheden verricht voor je eigen BV, krijg je te maken met de gebruikelijkloonregeling. Deze regeling houdt in dat je jezelf een salaris moet uitkeren dat gebruikelijk is voor het werk dat je verricht. Voor 2026 geldt daarbij een wettelijk minimum van €58.000 per jaar, tenzij aannemelijk kan worden gemaakt dat een lager gebruikelijk loon passend is. Het doel van deze regeling is te voorkomen dat ondernemers zichzelf een kunstmatig laag salaris toekennen om belasting te besparen.
Wanneer je een onderneming naast een baan opbouwt, kan dit bedrag vaak naar rato worden aangepast. Werk je bijvoorbeeld één dag per week voor je BV, dan kan het gebruikelijk loon in veel gevallen worden vastgesteld op een overeenkomstig percentage van een fulltime salaris. Dit wordt ook wel de parttimefactor genoemd.
Voor ondernemers die hun bedrijf naast een baan opbouwen kan dit een belangrijk verschil maken. Wanneer je daarnaast al inkomen uit loondienst ontvangt, kan een lager gebruikelijk loon verdedigbaar zijn zolang dit past bij het aantal gewerkte uren en de werkzaamheden die worden verricht. Hierdoor kan de BV voor startende ondernemers toegankelijker zijn dan vaak wordt gedacht.
Rond de BV bestaat soms het idee dat je jezelf een laag salaris kunt geven en vervolgens winst via dividend kunt uitkeren tegen een lager belastingtarief. Zo eenvoudig ligt het echter niet. De gebruikelijkloonregeling is juist bedoeld om te voorkomen dat inkomen wordt verschoven van box 1 naar box 2. De Belastingdienst verwacht daarom dat een directeur van zijn eigen BV een salaris ontvangt dat past bij de werkzaamheden die hij verricht. Hoewel de BV fiscaal gunstig kan zijn ten opzichte van de eenmanszaak, moet de BV vooral worden gezien als een ondernemingsstructuur die in bepaalde situaties voordelen kan bieden, bijvoorbeeld bij groei, samenwerking of het beperken van aansprakelijkheid.
Ondernemen naast een baan is voor veel mensen een aantrekkelijke manier om een bedrijf op te bouwen zonder direct de zekerheid van een vast inkomen op te geven. De keuze voor een rechtsvorm speelt daarbij een belangrijke rol. Een eenmanszaak kan fiscaal aantrekkelijk zijn door ondernemersaftrekken, zoals de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek, en de MKB-winstvrijstelling. Wanneer je echter niet voldoet aan het urencriterium, vervallen de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek.
In sommige situaties kan een BV dan een interessant alternatief zijn. Bijvoorbeeld wanneer je winst binnen de onderneming wilt laten voor verdere groei, wanneer je risico’s wilt beperken of wanneer je verwacht dat je activiteiten in de toekomst verder zullen uitbreiden. Welke structuur uiteindelijk het beste past, hangt altijd af van je persoonlijke situatie, je winstverwachting en je plannen voor de toekomst.
Ondernemen hoeft echter niet altijd een sprong in het diepe te zijn. Soms begint het gewoon met één vrije dag per week waarin je werkt aan je eigen ideeën. Stap voor stap kan een klein initiatief uitgroeien tot een serieuze onderneming.
Dus wanneer begin jij?
